Woning van niet-failliete partner valt in faillissement van echtgenoot

Recentelijk kwam er een interessante zaak voor Rechtbank Noord-Nederland. Een echtpaar is getrouwd op huwelijkse voorwaarden. Wanneer de man in een faillissement terecht komt, valt de woning van de vrouw in de faillissementsboedel van de man. Wij leggen je graag uit hoe dit tot stand is gekomen.

In 1978 trouwt een echtpaar in gemeenschap van goederen, waarna ze 6 jaar later een woning kopen. In 2008 sluiten zij huwelijkse voorwaarden met algehele uitsluiting van de huwelijksgemeenschap. Bij de verdeling van de gemeenschap, heeft de vrouw, naast een auto en geld, de woning toebedeeld gekregen. De hypothecaire schuld, die op de woning rust, is toebedeeld aan de man.

In december 2017 wordt de man echter failliet verklaard. Het tekort in het faillissement bedraagt ongeveer 9,9 miljoen euro. De curator stelt dat de woning van de vrouw tot de faillissementsboedel behoort.

De rechtbank is het met de curator eens. Pas wanneer de vrouw zou kunnen bewijzen dat de woning voor meer dan 50% gefinancierd is met haar eigen privégeld, zou dit niet tot de faillissementsboedel behoren. In dit geval is de woning echter gefinancierd door middel van een verkregen hypothecaire financiering. Dit is een financiering uit vreemd vermogen en dus niet uit eigen middelen, laat staan voor meer dan de helft.

Let op: het tijdstip van het faillissement is voor deze casus zeer belangrijk. Het is namelijk zo dat volgens de faillissementswet de goederen van beide echtgenoten in de faillissementsboedel vallen. Echter heeft de niet-failliete echtgenoot het recht om de goederen, die aan hem / haar behoren, terug te nemen. Tot 1 januari 2018 gold daarbij een bijzondere bewijsregeling. De niet-failliete echtgenoot moet bewijzen dat:

1. de goederen zijn gekocht door en geleverd aan de niet-failliete echtgenoot;
2. de goederen voor meer dan de helft door de niet-failliete echtgenoot zijn betaald uit eigen vermogen.

Als dit bewijs niet geleverd kan worden (zoals in de bovenstaande casus), vallen de goederen in de failliete boedel.

Omdat het faillissement in de bovenstaande casus vóór 1 januari 2018 is uitgesproken, gold deze bewijsregeling. Zou het faillissement erna zijn uitgesproken, dan was deze bewijsregeling niet van toepassing en kon de vrouw de woning buiten het faillissement houden.

Bron: Rechtbank Noord-Nederland. ECLI:NL:RBNNE:2018:4364. 30 oktober 2018.

Geef een reactie

(veiligheidstest) *