Vastentijd

De Geest voerde Jezus Christus na zijn doop mee naar de woestijn om beproefd te worden door de duivel. Na veertig dagen en nachten te hebben gevast en hij grote honger had kwam de duivel en beval hem stenen in brood te veranderen. Jezus antwoordde: Er staat geschreven: “De mens leeft niet van brood alleen, maar van ieder woord dat klinkt uit de mond van God.” De duivel nam hem daarna mee naar de Heilige Stad en zette hem op de hoogste toren. “Als u de Zoon van God bent spring dan naar beneden. Want er staat geschreven: zijn engelen zal Hij opdracht geven om U op Uw handen te dragen, zodat U Uw voet niet zult stoten aan een steen.” Jezus antwoorde: “Er staat ook geschreven: Stel de Heer, Uw God niet op de proef.” Tenslotte bracht de duivel Jezus naar de hoogste berg van waaruit hij alle koninkrijken van de aarde kon zien. De duivel zei: “Dit alles zal ik U geven als U voor mij neervalt en mij aanbidt.” Jezus zei: “Ga weg, Satan, want er staat geschreven: aanbid de Heer, uw God, vereer alleen hem.” De duivel liet hem met rust en de engelen kwamen om voor Jezus te zorgen.

De Bijbelse veertigdagentijd is de basis voor onze huidige vastentijd. Wat mogen katholieken dan eigenlijk niet? De Nederlandse Bisschoppenconferentie uit 1989 leerde het ons als volgt:

“Wij bepalen dat Aswoensdag en Goede Vrijdag dagen van verplichte vasten en onthouding in spijs en drank zijn en dat verder het bepalen van de wijze van de beoefening van boete en onthouding aan het eigen geweten en initiatief van de gelovigen wordt overgelaten. Aan de plicht tot vasten in de Veertigdagentijd en tot onthouding op de vrijdagen kan worden voldaan, door zich in eten en drinken, in roken of in andere genoegens duidelijk te beperken. Het geld, dat hiermee wordt uitgespaard, kan bestemd worden voor de naasten die honger lijden of anderszins gebrek lijden. Het is voorts passend, dat men zich in de Veertigdagentijd meer dan anders wijdt aan werken van christelijke naastenliefde en met meer toeleg het Woord van God leest.”

Er wordt weinig voorgeschreven ten aanzien van de viering van carnaval. Dat vieren we, anders dan moslims, vóór de vastentijd. Dan hebben we dat alvast gehad, kunnen we altijd nog zien of we ons houden aan de vastenregels. Carnaval duurt inmiddels wel 6 dagen, van vasten is nauwelijks nog sprake. Zo hebben we dus het feest eraan overgehouden. De vastentijd duurt van Aswoensdag tot Pasen, eigenlijk 46 dagen. Maar de zondagen zijn vrijgesteld, zodat we toch weer aan veertig dagen komen. En als het dan eenmaal Pasen is pakken we het feestleven weer goed op. Waarom we Pasen vieren weet bijna niemand meer, laat staan dat we dan naar de kerk gaan.

Ik ben net als u, ik zou wel anders willen, maar ik stel de versobering uit tot morgen. Moslims doen dat niet, die hebben de discipline om zich aan de religieuze regels te houden. Zij kunnen vasten en aan onthouding doen, terwijl wij er nippend aan het rijk gevulde glas met verbazing naar kijken. Is dat dan die vrijheid waarvoor we zo opkomen? Dat we ons niets meer hoeven te ontzeggen, dat we ons kunnen gedragen zoals we zelf willen.

We hebben thuis wel wat soberheid geïntroduceerd. Dat blijkt nog eens gezond te zijn ook. Je voelt je beter, je ziet er beter uit, je hebt meer energie. Het geluk komt dus kennelijk niet van de overdaad, maar van de regelmaat.

Tot slot mijn muzikale tip: uiteindelijk heb ik besloten het laatste album van Mumford & sons te downloaden en ik heb er zeker geen spijt van gekregen.

Geef een reactie

(veiligheidstest) *