Box 3 anno 2018: wat is er veranderd?

De vermogensrendementsheffing in box 3 is met ingang van 1 januari 2017 herzien, zodat deze beter aansluit bij de behaalde rendementen behaald door de belastingbetalers.

Oude situatie
Voor 1 januari 2017 werd in box 3 belasting geheven door uit te gaan van een fictief vast rendement van 4% over het totale vermogen (grondslag sparen en beleggen), welke vervolgens belast werd tegen een percentage van 30%. De grondslag sparen en beleggen werd bepaald door op de peildatum (1 januari). Dit is de waarde van de bezittingen, die in box 3 vallen, minus de corresponderende schulden. Van dit resterende bedrag mocht vervolgens het heffingsvrije vermogen van € 25.000,- worden afgetrokken. Het resterende bedrag werd vervolgens belast.

Nieuwe situatie

Vanaf 1 januari 2017 wordt de vermogensrendementsheffing op een andere manier berekend.
Hoewel de berekeningswijze van de grondslag sparen en beleggen hetzelfde is gebleven, is het heffingsvrije vermogen in 2018 verhoogd van € 25.000,- naar € 30.000,-. Ook is er een schijvenstelsel geïntroduceerd, welke een onderscheid maakt tussen sparen en beleggen. Er zijn 3 progressieve schijven, waarbij het fictief rendement hoger geacht wordt wanneer de belastingplichtige een grovere grondslag voor sparen en beleggen heeft. Jaarlijks wordt het belastingpercentage voor sparen en beleggen aangepast a.d.h.v. de gemiddelde behaalde rendementen met deze activiteiten. Voor 2018 geldt dus een andere tabel dan voor 2017. In 2018 wordt een percentage aangehouden van 0,36% voor sparen en 5,38% voor beleggen.

Tabel berekening rendement op vermogen over 2018
Wij lichten graag de nieuwe tabel, zoals boven aan dit artikel weergegeven, voor jou toe.

Over het vermogen tot en met € 70.800,- gaat de wetgever ervan uit dat van dit bedrag 67% gespaard wordt en 33% belegd. Dit vermogen wordt dan ook op deze wijze belast, wat resulteert in een gemiddeld rendement van 2,017%.

Uit de tweede schijf blijkt dat ervan uitgegaan wordt dat er van het vermogen tussen de € 70.801,- en € 978.000,- 21% gespaard wordt en 79% belegd. Dit heeft een gemiddeld rendement van 4,326% tot gevolg.

Vanaf een vermogen van € 978.001 gaat de wetgever ervan uit dat er enkel belegd wordt. Dit leidt tot een gemiddeld rendement van 5,38%.

Of de wetgever hiermee zijn doel heeft bereikt, het vermogen belasten op een wijze die aansluit bij het daadwerkelijk behaalde rendement, blijft voor alsnog de vraag.

Bron: “Berekening Belasting over Inkomen Uit Vermogen over 2018.” Belastingdienst Nederland, 31 mei 2018.

Geef een reactie

(veiligheidstest) *