Wij gebruiken cookies om het webverkeer te analyseren. Er worden geen persoonsgegevens verzameld en uw bezoek wordt geanonimiseerd om uw privacy te waarborgen.
De aangiftetijd voor de inkomstenbelasting is weer aangebroken. Door de samenvoeging van de kantoren Hulsberg en Soest is de massa aan aangiften best fors te noemen. We hebben hiervoor een speciaal projectteam ingesteld. De communicatie met onze klanten is in volle gang en de rode draad door onze gesprekken is de dramatische situatie in box 3. Klanten zijn erg onzeker wat dit nu betekent voor hun vermogen. Wij worden geacht hun deskundige adviseurs te zijn, maar staan ook soms met de handen omhoog.
Het begint allemaal in 2001 als het boxenstelsel wordt ingevoerd. De gedachte was, en de verantwoordelijke bewindslieden spraken dat voor elke camera en microfoon hardop uit, dat de belastingadviseur niet meer nodig zou zijn. In Box 3 werd een forfaitair rendement van 4% verondersteld en daarmee was de grondslag voor de belastingheffing bepaald. Wij adviseurs waren helemaal niet bang om ons werk te verliezen en we noemden box 3 zelfs de pretbox. De laagste heffing, dus het meest aantrekkelijk. Het boxhoppen was geboren.
Jaren later vond de wetgever op grond van signalen uit het veld dat een forfaitair rendement van 4% te grofmazig was en ging over tot een systeem van differentiatie van veronderstelde rendementen. U begrijpt, een forfaitaire heffing is heel praktisch voor de belastingdienst. Er komt geen ambtenaar meer aan te pas, de computer doet het werk. De Bond voor de Belastingbetalers vond deze heffing niet eerlijk en beriep zich op strijdigheid met het Europese Verdrag voor de Rechten van de Mens (EVRM). Een jarenlange juridische strijd was het gevolg, totdat de Hoge Raad hen in december 2021 gelijk gaf. Wij duiden deze beslissing van de Hoge Raad aan als het Kerstarrest. De staat werd beschuldigd van het bestelen van de onderdanen. Dat is niet mis, dat is een keiharde aantijging. Alle hens aan dek, overheid, om de veroorzaakte schade te herstellen. Maar dat moesten ze ook al in Groningen en bij de toeslagouders. Alle drie deze herstelprojecten komen maar niet tot een afronding. Nul daadkracht.
Hoe nu verder?
De eerste herstelwet van het kabinet werd ook voorgelegd aan de Hoge Raad en die sneuvelde net zo hard. Nou, een hardleerse overheid is het dus ook nog. Diverse staatssecretarissen hebben zich daarna over een oplossing gebogen. Nu is dan eindelijk een wetswijziging per 1 januari 2028 door de Tweede Kamer aangenomen. Maar juich niet, het net geïnstalleerde kabinet zal deze wet weer snel gaan aanpassen en de Eerste Kamer heeft aangekondigd zich alle tijd te gaan nemen om de effecten van de wetswijziging per 1 januari 2028 grondig te bestuderen.
Mensen die teveel betaald hebben omdat het forfaitaire rendement hoger is dan het werkelijke rendement kunnen geld terugvragen indien ze dat lagere rendement kunnen documenteren. Daarvoor hebben ze onze ondersteuning nodig en dat kost geld. Onbegrijpelijk dat de schadeveroorzakende overheid niet de bijkomende schade van hun falen vergoedt. Wij doen er alles aan om onze klanten te ondersteunen in dit proces en de laatste cent terug te halen. Wat ons bijzonder stoort is dat de Hoge Raad heeft geoordeeld dat ongerealiseerde waardestijgingen van uw bezittingen meetellen bij het werkelijk rendement. Ons hoogste rechtscollege dwaalt mee met de dolende overheid. En wij worden allemaal geacht de wet te kennen.
0 Reacties