Wij gebruiken cookies om het webverkeer te analyseren. Er worden geen persoonsgegevens verzameld en uw bezoek wordt geanonimiseerd om uw privacy te waarborgen.
Ik word er weleens om uitgelachen, maar laat het van me afglijden. Ik heb namelijk sinds kort een elektrische fiets. Geen 70+-e-bike, nee, een chique Cube One44 HPC SLX 800, model 2027. Collega Femke lacht niet mee, want die weet uit ervaring dat je toch echt wel moet fietsen op een e-bike. Die van mij is een mountainbike. Dikke banden, voor en achter geveerd.
Thijs en ik waren verkocht toen we op vakantie in Oostenrijk een dag een e-mountainbike hadden gehuurd. Relatief ongetraind lukte het ons om tot een hoogte van 1.500 meter te klimmen. De beelden van de natuur onderweg waren indrukwekkend en zijn me altijd bijgebleven.
Voor Oostenrijkse begrippen is een E-MTB de norm. Is dat dan ook van toepassing op het Zuid-Limburgse heuvelland? We wonen in Maastricht-Zuid en steken ook makkelijk de grens over naar de Voerstreek. Zo togen we afgelopen zaterdag naar Aubel. Onderweg stond ineens een vos voor onze neus. We hadden er nog nooit een in het wild gezien. Thijs herkende meteen dat het een vos was. Waarschijnlijk zijn zijn ogen toch beter dan die van mij.
De weg naar Aubel klimt gestaag omhoog. Vervolgens daal je af naar het stadje en klim je er aan de andere kant weer uit. Het ligt in een dal, omringd door een hoger gelegen plateau. Toen we de navigatie volgden (ja, een e-bike heeft navigatie die je op een mooi scherm kunt aflezen), reden we via een voor mij onbekende route de stad uit. Op het laatste moment zag ik een bordje La Bel. We staken via een klein bruggetje een smal riviertje over. De vraag over de relatie tussen de plaatsnaam Aubel en het riviertje La Bel drong zich bij me op.
Er is inderdaad een relatie, maar de meningen zijn verdeeld. De gangbare verklaring komt van het Latijnse Albula, dat kleine witte rivier betekent. Het wit komt van de kalksteen die in de regio alom aanwezig is. Wij Nederlanders spreken Aubel uit met de klemtoon op de eerste lettergreep. De inwoners zelf leggen de klemtoon op de laatste lettergreep, zij spreken immers Frans. Bij die uitspraak komt de associatie met La Bel nog wat nadrukkelijker naar voren.
Tot in de twintigste eeuw werd in Aubel een Limburgs dialect gesproken. Hoe gek is het dat we vanuit Maastricht de grens overgaan en rijden door de Voerstreek naar Aubel. In die Voerstreek zijn alle opschriften in het Frans én in het Nederlands. In Aubel is het volledig Frans. De gedachte dat mensen met elkaar op de vuist gingen vanwege taalverschillen blijft bizar. Het feit dat in een dergelijke grensstreek de mensen niet geschoold worden in beide talen is nog bizarder. Bij Jeanpierre, de fantastische patisserie in het centrum van Aubel, moeten we alles aanwijzen in de vitrine, want we kunnen niet met elkaar praten.
Thijs is net gestart met de brugklas vwo. Hij krijgt Frans en Duits. Ik stimuleer hem om zich die beide talen goed eigen te maken. Engels hoeft hij niet te leren, dat hebben de iPad en de PlayStation al gedaan. De eerste zinnen in de nieuwe talen zijn veelbelovend, hij lijkt wel een taalknobbel te hebben.
We hebben de fiets in Aken gekocht en hij deed bij de aflevering al zijn best om Duits te praten tegen de verkoper. Dat deed overigens de verkoper omgekeerd, hij spande zich in om Nederlandse woorden te gebruiken. Hij zei dat hij veel in Nederland fietst, omdat we fijne fietspaden hebben.
Ik moest denken aan mijn vader, die graag naar Duitstalige gebieden ging en dan in ongeschoold Duits met iedereen in gesprek ging. Toen we zelf als kinderen Duits op school gingen leren, lachten we hem uit; soms brak er zelfs schaamte door. Volkomen ten onrechte, realiseer ik me nu. Het is prijzenswaardig dat hij in die andere taal durfde te communiceren en fouten durfde te maken. En hij leerde van zijn fouten.
Gisteravond was ik in Amsterdam en daar moest ik, net als in Maastricht, tegen het personeel in het restaurant Engels praten. Dat is ook een optie, maar ik ben er geen voorstander van dat we straks allemaal alleen nog maar Engels praten. En zeker niet het Amerikaanse Engels!
Wij zijn in Zuid-Limburg een Euregio bij uitstek, maar we krijgen het niet voor elkaar om onze kinderen al op de basisschool Frans en Duits te leren. Dat geldt overigens net zo goed voor de Belgische en Duitse grensregio. We hebben de potentie om een fantastische Euregio te zijn voor onze bezoekers met de prachtige natuur, de fruitteelt, de wijnbouw, de culinaire power en de historische steden Aken en Maastricht. Aan de slag dus, basisonderwijs.
0 Reacties