Lening in belang van dochter-bv niet onzakelijk
Indien een lening verstrekt wordt die de behartiging van de belangen van een dochtermaatschappij mede ten doel heeft, is dit niet aan te merken als een onzakelijk lening.
Dit blijkt uit een uitspraak van de Rechtbank Zeeland- West- Brabant, waarbij een moedermaatschappij een geldlening van € 3,5 miljoen verstrekte aan een BV waarin zij middellijk een aanmerkelijk belang hield. De lening was verstrekt voor de financiering van de aankoop van een onderneming van een dochter BV en was achtergesteld bij de vorderingen van de bank, die de rest van de koopsom had gefinancierd. De moedermaatschappij ...